De organen die in de buikholte zitten, hebben een eigen bloedcirculatie. De drie aders (ook wel venen genoemd) in de buikholte komen via de darmen of via de milt bij de lever uit. Als in een van die drie aders een bloedstolsel zit, spreek je van buikvene trombose. Er is ook sprake van buikvene trombose als er een stolsel in de ader zit die vanuit de lever, samen met andere aders, richting het hart gaat.
[Afbeelding]
We onderscheiden vier soorten buikvene trombose:
Het komt regelmatig voor dat de trombose tegelijkertijd in meerdere van deze vaten zit.
Poortadertrombose is de meest voorkomende vorm van buikvene trombose: dit treft per jaar 4 tot 21 mensen per 100.000. Mesenteriaal trombose komt voor bij ongeveer 3 op de 100.000 mensen per jaar. Een trombose in een van de afvoerende vaten van de lever (Budd Chiari trombose) is de meest zeldzame vorm van buikvene trombose. Dit komt maar bij 2 op de 1.000.000 mensen per jaar voor.
Met een echo, CT-scan of MRI kan een buikvene trombose in beeld worden gebracht.
De behandeling van buikvene trombose bestaat uit antistollingsmiddelen om nieuwe stolsels te voorkomen. Soms is een ziekenhuisopname of zelfs een operatie nodig. Als de organen bedreigd worden, zal dat apart behandeld worden.
Door buikvene trombose kunnen organen stoppen met werken. Als de ader vanuit de darmen verstopt zit, dan kan er een stuk darm afsterven. Bij Budd Chiari trombose bestaat de kans dat de lever stopt met werken. Zonder een werkende lever kan een mens niet leven.
“Wat geldt voor alle hart- en vaatziekten en wat voor iedereen eigenlijk verstandig is om te doen: eet gezond en beweeg genoeg. Een trombosebeen voorkomen is in veel gevallen lastig, omdat veel mensen niet weten dat ze een verhoogd risico hebben totdat ze ermee geconfronteerd worden. Er zijn ook bepaalde erfelijke vormen van trombose. Heb je mensen in de familie met trombose bijvoorbeeld, dan is het belangrijk om factoren te vermijden die de kans op trombose verder verhogen. Een bekend voorbeeld is de anticonceptiepil bij jonge vrouwen, van wie de moeder trombose heeft gehad. Je moet als arts heel goed kijken of het in dat geval wel verstandig is om dan de pil voor te schrijven, omdat deze de kans op trombose kan verhogen. Dan kan het beter zijn om te kiezen voor een spiraal. Er zijn ook mensen die trombose hebben gehad en die na een half jaar mogen stoppen met de antistolling. Als zij een lange bus- of vliegreis maken, of een operatie moeten ondergaan, dan is het goed om te overwegen om die periode toch weer antistolling te gebruiken.”