Een sinustrombose is trombose in de hersenen. Een bloedstolsel blokkeert dan de afvoerende bloedvaten in uw hersenen. Het bloed kan niet doorstromen en hoopt zich op in de hersenen. Hierdoor kunnen hersenfuncties uitvallen en kan hersenweefsel beschadigd raken.
Deze vorm van trombose komt vooral voor bij jonge, vaak gezonde mensen. Vooral jonge vrouwen worden getroffen; de gemiddelde leeftijd is 36 jaar. Dat komt doordat bepaalde risicofactoren vaker in deze groep voorkomen, zoals het gebruik van de anticonceptiepil en zwangerschap.
Een sinustrombose kan ook ontstaan door bijvoorbeeld een oorinfectie of een operatie aan de hersenen.
Per jaar krijgen ongeveer 250 mensen in Nederland een sinustrombose.
De belangrijkste klacht is hoofdpijn, die steeds heviger wordt. In de acute fase kan de hoofdpijn haast onhoudbaar worden. Daarnaast kan sinustrombose klachten geven die erg lijken op die van een herseninfarct:
Neem altijd direct contact op met een arts als u klachten heeft die op een sinustrombose kunnen wijzen.
Een sinustrombose kan worden vastgesteld door middel van een CT-scan of MRI-scan met contrastvloeistof. De arts kan zo zien of er een stolsel in de afvoerende bloedvaten zit.
Bij een sinustrombose krijgt u antistollingsmiddelen. Complicaties zoals epilepsie worden apart behandeld.
Ongeveer 10% van de mensen met een sinustrombose overlijdt. De overige 90% houdt hier vaak restklachten aan over.
“Bij een herseninfarct zie je vaak dat mensen deels verlamd zijn of in een rolstoel zitten. Bij een sinustrombose zie je die fysieke klachten veel minder vaak, maar houden mensen juist meer cognitieve problemen. Zoals moeite met nadenken en concentreren. Chronische hoofdpijn komt ook veel voor. Dat zijn dus blijvende klachten die impact hebben op de kwaliteit van leven. Ongeveer tien procent houdt aan sinustrombose epilepsie over. Dat valt vaak met medicatie te behandelen, maar betekent wel dat je levenslang pillen moet slikken. En de kans op een epileptische aanval heeft ook een enorme psychologische impact. Je hebt er een ziekte bij, die ook nog eens gevolgen heeft voor autorijden bijvoorbeeld. Dat is dus ook een behoorlijk beperkende restklacht.”