Bij een hartinfarct sluit een bloedstolsel één van de takken van de kransslagaders helemaal af. De kransslagaders liggen om het hart heen, en voorzien het hart van zuurstof. Het deel van het hart dat achter de verstopping ligt krijgt dan geen zuurstof en kan afsterven.
In de meeste gevallen ontstaat een hartinfarct omdat de slagader is dichtgeslibd door aderverkalking. In de slagader ontstaat hierdoor een vettige ophoping, waardoor makkelijk een stolsel kan ontstaan.
Bovengenoemde klachten komen zowel bij vrouwen als mannen voor. Daarnaast zijn er klachten die iets minder vaak voorkomen. Deze komen vaker voor bij vrouwen, én worden bij vrouwen minder makkelijk herkend. Door vrouwen zelf, maar ook door zorgverleners. Omdat de klachten bijvoorbeeld ook kunnen horen bij andere klachten, zoals de overgang. Let daarom ook op deze klachten:
Een hartinfarct is levensgevaarlijk. Bel bij vermoeden van een hartinfarct altijd 112.
Al in de ambulance kan iemand een ECG (hartfilmpje) krijgen. Via een infuus of injectie krijgt de patiënt heparine. Dit zijn medicijnen die direct antistollend werken. De trombose lost dan op.
Daarna volgt een bloedonderzoek, dat laat zien of het weefsel in de hartspier is aangetast. Vaak is een hartkatheterisatie nodig. Dit is een onderzoek in de kransslagaderen, om te zien waar de vernauwingen zitten en wat daaraan te doen is.
De schade aan de hartspier kan beperkt blijven als de trombose snel met medicijnen opgelost kan worden. Om vernauwingen in de kransslagaders op te heffen, kan de cardioloog kiezen tussen verschillende behandelingen. Eén van de behandelingen is dotteren. De arts brengt dan een ballonkatheter in een slagader in, pompt de ballon op en heft de vernauwing op. De andere mogelijkheid is het leggen van één of meer bloedvatomleidingen om de vernauwing heen. Dit heet een coronaire bypass.
Afhankelijk van de toestand van het hart en de eventuele complicaties, zal de cardioloog laagmoleculair gewichtsheparine, bloedplaatjesremmers of zwaardere antistollingsmiddelen voorschrijven.
“Stoppen met roken, gezond eten en bewegen. [Om een (volgend) hartinfarct te voorkomen] is het daarbij ook heel belangrijk om de spierkracht te blijven trainen. Hoe meer mensen stil komen te zitten, hoe meer risico dat het cholesterol oploopt. Een tragere doorstroom vergroot de kans op trombose. Daarnaast is het bij een verhoogd tromboserisico vaak nodig om preventief antitrombotische medicatie te slikken.”