Het antifosfolipidesyndroom (APS) is een auto-immuunziekteBij een auto-immuunziekte valt het immuunsysteem gezonde cellen en weefsels in het lichaam aan. Dit veroorzaakt ontstekingsreacties.
. Bij APS maakt het lichaam te snel stolsels in bloedvaten (trombose). Het afweersysteem van patiënten met APS maakt ontstekingseiwitten tegen stoffen in het bloed. Deze ontstekingseiwitten worden “antifosfolipideantistoffen” genoemd. Antifosfolipideantistoffen vergroten niet alleen de kans op trombose, maar ook op zwangerschapsproblemen zoals miskramen en vroeggeboortes.
Het risico op een tweede trombose bij APS is groot. Daarom krijgen patiënten met APS langdurig, vaak zelfs levenslang, antistollingsmiddelen. Mensen met APS krijgen vitamine K-remmersVitamine K-remmers zijn antistollingsmiddelen. De trombosedienst controleert uw bloed.
. Zij mogen geen DOAC’sDOAC's zijn antistollingsmiddelen. Controle door de trombosedienst is niet nodig.
gebruiken, omdat ze dan een groter risico op arteriële tromboseTrombose in een slagader, zoals een hersen- of hartinfarct.
hebben. Vitamine K-remmers zijn voor mensen met APS dus veiliger.
De diagnose APS wordt gesteld wanneer antifosfolipideantistoffen worden gevonden in het bloed van een patiënt met trombose of zwangerschapsproblemen. Omdat APS een zeldzame ziekte is, wordt het niet altijd herkend en kan het lang duren voordat de diagnose wordt gesteld.
Hoewel trombose bij APS-patiënten kan optreden in iedere ader of slagader, komen het trombosebeen en het herseninfarct het vaakst voor. APS is een zeldzame ziekte: er zijn in Nederland naar schatting 1.000 tot 2.000 patiënten. APS komt voor bij mannen en vrouwen, maar het komt vaker voor bij vrouwen.