Bij trombose raakt een bloedvat in het lichaam verstopt door een bloedstolsel. Dit stolsel blokkeert de bloeddoorstroming. Het bloed kan zo niet goed stromen. Dit kan in alle bloedvaten in het lichaam gebeuren. Trombose kan gevaarlijk zijn en leiden tot ernstige, blijvende klachten en zelfs tot overlijden.
Onze bloedsomloop zorgt ervoor dat onze spieren en organen zuurstof krijgen. Slagaderen vervoeren zuurstofrijk bloed vanuit het hart naar onze spieren en organen. Onze aderen vervoeren zuurstofarm bloed terug vanuit onze spieren en organen via het hart naar de longen. In de longen wordt het bloed weer zuurstofrijk.
Ons hart pompt dit zuurstofrijke bloed rond in ons lichaam. Daarom stroomt het bloed in onze slagaderen dan ook snel. Bloed in de aderen stroomt meestal langzamer dan bloed in de slagaderen.
In ons bloed zitten stoffen die zorgen voor stolling: als we een wondje hebben kan het lichaam snel een stolsel maken zodat het bloeden stopt. Op dat moment stopt ook de stolling en wordt het overtollige stolsel weer afgebroken. Zo blijft het systeem van stolling en antistolling in evenwicht. Bij trombose gaat het mis in dit systeem: het bloed stolt terwijl er geen wond is of het blijft stollen ook als de wond al dicht is.
Een bloedstolsel kan een ader of een slagader afsluiten. Sluit een bloedstolsel een ader (een vene) af, dan noemen we dat een veneuze trombose. Voorbeelden van veneuze trombose zijn een trombosebeen en een longembolie.
Sluit een bloedstolsel een slagader (arterie) af, dan is er sprake van arteriële trombose. Voorbeelden van arteriële trombose zijn een hartinfarct en een herseninfarct.
Beide typen trombose geven andere klachten, hebben andere risicofactoren en worden vaak op een andere manier behandeld.
Bij een trombose zijn er vaak meerdere dingen aan de hand:
Deze drie factoren samen worden de Trias van Virchow genoemd.
Trombose ontstaat sneller bij een optelsom van factoren, bijvoorbeeld als iemand met een erfelijke afwijking een operatie moet ondergaan en daarna bedrust moet houden. Of wanneer iemand met een erfelijke afwijking begint met de anticonceptiepil. Lees meer over de oorzaken van trombose.
Er zijn dus veel verschillende oorzaken van trombose, waarbij pech en geluk een grote rol spelen. Toch ontstaat trombose minder snel als de vaten gezond zijn. Een gezonde leefstijl helpt daarbij: niet roken, gezond eten en veel bewegen dragen hieraan bij.